Konijnenverblijf inrichten: ruimte is basiszorg
Een konijnenverblijf bestaat niet alleen uit een hok. Twee konijnen moeten kunnen rennen, springen, languit liggen, rechtop staan, graven, rusten en elkaar ontwijken. Permanente toegang tot ruime renruimte is daarom de beste basis.
KORT ANTWOORD
Houd minimaal twee passend gekoppelde konijnen. Kies de maten op basis van het grootste dier. Voor twee dwergkonijnen adviseert het LICG bij continue toegang een totaal verblijf van minimaal 5 m²; voor kleine konijnen 7 m², middelgrote 8,5 m² en grote konijnen van circa 5 kg 10 m². Groter is beter en de actuele LICG-tabel blijft leidend.
ACTUELE RICHTMATEN BIJ CONTINUE TOEGANG
– Dwergkonijn tot 1,7 kg: totaal minimaal 5 m².
– Klein konijn 1,7–3 kg: totaal minimaal 7 m².
– Middelgroot konijn 3–5 kg: totaal minimaal 8,5 m².
– Groot konijn vanaf circa 5 kg: totaal minimaal 10 m²; pas verder aan op gewicht.
De ruimte moet bruikbaar zijn. Smalle tunnels of verdiepingen vervangen geen groot aaneengesloten loopoppervlak. Oude, grote of slecht lopende konijnen zijn vaak beter af met een gelijkvloerse inrichting.
BINNENVERBLIJF
Gebruik een ruime afgezette zone of konijnveilige kamer. Zorg voor grip op gladde vloeren met wasbare kleden of matten. Werk kabels weg, verwijder giftige planten en blokkeer trappen en nauwe kieren. Plaats minimaal twee schuilplekken, bij voorkeur met twee uitgangen, zodat geen dier wordt klemgezet.
BUITENVERBLIJF
Buiten is een droog, tochtvrij en waterdicht nachtgedeelte nodig, plus bescherming tegen zon, hitte, kou, roofdieren en uitgraven. Gebruik stevig gaas; controleer verbindingen en sluitingen regelmatig. Graaf gaas diep in of beveilig de bodem. Zet het verblijf niet volledig in de zon en maak altijd schaduw beschikbaar.
INRICHTING
Bied meerdere hooiplekken, waterpunten en rustplekken. Voeg tunnels, kartonnen dozen, veilige knaagtakken en een graafmogelijkheid toe. Wissel verrijking zonder de hele omgeving voortdurend onvoorspelbaar te maken. Vermijd scherpe randen, draadbodems en materialen die splinteren of giftig zijn.
TOILET EN HYGIËNE
Veel konijnen gebruiken een toiletbak. Zet die bij een hooiplek, omdat konijnen graag eten tijdens het keutelen. Verwijder natte en vieze delen dagelijks. Een totale geurloze schoonmaak is niet altijd nodig en kan onrust geven; laat bij gezonde dieren wat vertrouwde geur achter. Gebruik geen sterk geparfumeerde middelen.
TEMPERATUUR EN DAGELIJKSE CONTROLE
Konijnen zijn gevoelig voor hitte. Controleer dagelijks schaduw, ventilatie, water, droogte en beveiliging. Let ook op eten, keutels, houding en beweging. Niet eten, nauwelijks keutelen, benauwdheid of ernstige sloomheid vraagt dezelfde dag contact met een konijnkundige dierenarts.
CHECKLIST
– Oppervlak past bij het grootste konijn en actuele LICG-richtlijn.
– Twee passend gekoppelde konijnen kunnen elkaar ontwijken.
– Er zijn meerdere schuilplaatsen met veilige uitgangen.
– De vloer biedt grip en blijft droog.
– Hitte, tocht, roofdieren en ontsnappen zijn afgedekt.
– Hooi en water zijn op meerdere plekken beschikbaar.
– Kabels, giftige planten en scherpe delen zijn verwijderd.
– Het verblijf wordt dagelijks gecontroleerd.
VEELGESTELDE VRAGEN
Is een dubbel hok genoeg?
Meestal niet. Etages leveren geen vervanging voor voldoende aaneengesloten renruimte.
Hoeveel uur moeten konijnen loslopen?
Permanente toegang tot voldoende ruimte is het sterkste uitgangspunt. Bij beperkte toegang volgt de LICG-tabel grotere basismaten plus meerdere uren losloop rond actieve perioden.
Kan een konijn vrij in huis leven?
Dat kan wanneer de ruimte volledig konijnveilig is en schuil-, toilet-, voer- en graafmogelijkheden biedt.
BRONNEN
LICG – Konijn
LICG – Huisvesting van konijnen: tips en advies
Factcheck: 1 oktober 2026